Medisch advies

Onder castreren verstaan we het onvruchtbaar maken van een dier door het weghalen van de geslachtsorganen. Castreren geldt zowel voor poezen als katers want we halen de eierstokken weg bij een poes en de testikels bij een kater.

Een poesje kan al krols zijn rond de 4 maanden. Dit is het moment dat ze ook dus bevrucht kan worden. Een poesje van 6 maanden oud is te vergelijken met een meisje van 12 jaar. Dit is dus geen juiste leeftijd om al drachtig te zijn. Katers kunnen ook vruchtbaar worden rond 4-5 maanden leeftijd.

Wij adviseren om katten te laten castreren rond de 4 maanden, zowel poezen als katers. De reden waarom wij dit adviseren is om de ongeluksnestjes te voorkomen. Een tweede reden om poezen voor de eerste krolsheid te castreren is dat de kans op het ontstaan van kwaadaardige melkklier tumoren bijna tot nul gereduceerd wordt.

Een vroegcastratie is net zo veilig als een castratie op later leeftijd. Uit meerdere onderzoeken is gebleken dat het castreren op een wat jongere leeftijd geen nadelige gevolgen heeft op de ontwikkeling van een kat. Ook is er geen verschil qua gedrag ontdekt uit de onderzoeken.

NB; houd er rekening mee dat een poesje na de bevalling al na één week weer gedekt kan worden. Uit onderzoek blijkt dat 3 op de 4 kittens die in het wild worden geboren in Nederland het niet overleven.

De krolsheid van een poes is eigenlijk seizoensgebonden. Wanneer de poes blootgesteld wordt aan 12 uur daglicht komt zij in cyclus. Wanneer ze krols is, is ze nog niet vruchtbaar. Pas wanneer ze gedekt wordt door een kater vindt er een ovulatie plaats en is ze vruchtbaar.

De Poezenpil voorkomt dat poezen vruchtbaar zijn. Er zit echter een aantal haken en ogen aan de pil.

Voor het eerste levensjaar is het niet mogelijk om de poezenpil aan de poes te geven. Wanneer we de poes voordat ze 1 jaar wordt op de poezenpil zetten, heeft ze vergrote kans op het ‘Dolly Parton – syndroom’. De pil bestaat namelijk uit een stof wat lijkt op het hormoon progesteron. Progesteron zorgt ervoor dat de melkklieren gaan groeien. Door de poezenpil wordt deze groei extreem en ontstaan er veel te grote melkklieren. Deze kunnen gaan ontsteken.

Het is van belang dat de poezenpil wordt gegeven op het moment dat de poes niet krols is (anoestrus). Dat is een paar dagen nadat de poes krols is geweest. De pil dient eenmaal in de zevan dagen worden toegediend. De tablet moet niet uitgebraakt zijn of één dag later worden gegeven, want dan is de pil niet meer werkzaam en kan de poes weer krols worden.

Wanneer de poezenpil gegeven wordt tijdens de krolsheid is er een vergrote kans op het ontstaan van bijwerkingen. De poezenpil heeft (naast het ‘Dolly Parton-syndroom’) meerdere bijwerkingen, namelijk vergrote kans op melkkliertumoren op latere leeftijd, vergrote kans op suikerziekte (diabetes mellitus) en vergrote kans op baarmoederontsteking.

Er wordt onder fokkers gesproken over een implantaat dat tijdelijke onvruchtbaarheid zou kunnen geven bij de kat. Het gaat hier om een GnRH- implantaat wat geregistreerd is voor honden voor chemische castratie. (Suprelorin).

Dit implantaat is niet geregistreerd voor katten. Bij kater is de werkzaamheid van het implantaat heel wisselend (sommige katers blijven vruchtbaar) evenals de duur van de werkzaamheid. Bij poezen volgt er na het geven van het implantaat altijd een krolsheid waarin ze vruchtbaar is. Als zij dan drachtig zou raken zal ze geen melkgift en geen moedergevoelens ontwikkelen doordat ze het implantaat heeft gekregen. Daarnaast is de werkzaamheid bij poezen wisselend.

Wanneer er niet gefokt zal worden met uw poes of kater is castratie de meest betrouwbare methode van anticonceptie. Dit is geeft wel een blijvende onvruchtbaarheid.